Lente-lente kriebels

Ik voel de
Lente-lentekriebels
Waar ik zoveel van hou
Maar door die lockdown maak ik rare sprongen als een kat in het nauw
Ik voel de
Lente-lentekriebels
ze maken mijn dag minder koud
Maar ’t is die COVID-19 die mij van mijn plannen weerhoudt
Ik wil gaan springen en rennen aan het strand
Een spoor van stappen maken in het zand
Of in het park gaan chillen …
Maar ik schik mij in mijn lot/mijn kot en ga er niet te zwaar aan tillen
want het groener wordende gras, de knoppen aan de takken van de bomen, de blauwe lucht, de tjilpende vogels, de geur van bloemen, de stilte, … maken mij vrolijk en blij …
(… en als dat nog lang duurt, leg ik in mei zeker en vast een ei 😉)

– Chantal Cobert

ik haal de haring

vergeet de liefde vergeet de zooi
mijn hart knarst in mijn hoofd
zooi doorklieft mijn hoofd

weer een vriend dood
iedere dag een sterfgeval
meerkoeteieren verbrijzeld
door afdwalende voetbal

maar de hoek om
ik haal de haring

de zon klettert de straat in
beukt op mijn kalend
onbedekt hoofd

verdamp verlies
vergeet het

maar ik haal de haring

mijn maag trilt
mijn mond watertandt
mijn neus versnelt
mijn stap ik ren

ik haal de haring oh
ik haal de haring

– Thomas de Reu

Ruimte

Ik neem de ruimte
en ik geef je mijn grenzen.
Ik geef je de ruimte
en jij neemt jouw grenzen.
Ruimte is leeg
dus hebben we
elkaar niks te geven.
We geven onszelf
de ruimte.
Zo hebben we elkaar
ruimschoots genoeg
te geven.

– Joan alias Hartenvrouw

Kruimels

Gewapend begon de wereld.
De ochtend stond stil
en lam lagen wij onder daken,
die ons als ze braken
de blote hemel lieten zien.
Vliegeniers zijn niet aan een ketting te leggen.
Hun zwenken steekt,
maar doet verlangen terwijl.
Straks is het mei, ze bouwen een nest
zonder dak. Onderdak.
We zijn thuis, maar we zijn zo ver van huis.

De grenzen zijn dicht. Mijn moederland
plots verboden terrein. Mijn vaders hand,
haar lach van harte, zacht de randen
maar als ogen toe. (Hoeveel nachten slapen nog?)
En dan de lente. De oorverdovende lente.
De zon brak vanochtend door alles heen.
We gaan viraal, als licht.
Proberen niet te zwichten.
Het is zondag. We bloeien. We bloeden.
Buiten ligt bij ons op bed. Ik heb thee gezet,
met honing. Gevangen, maar niet beroofd.

Ik beloof je geen dingen die ik niet beloven kan,
maar ik ben er. Hier. En ik ga nergens heen.
Niemand is alleen. We zijn samen bang en lang
nog zullen we leven. Dat zing ik uit volle borst.
We mogen niet hand in hand, geen zoen,
geen troost. Onze omhelzingen bewaard
in een doos, tot het weer beter wordt.

In de lucht heeft iemand blauwte gemorst.
Met veel overgave. Ik neem je mee dan,
als dat goed is. In mijn hart en in mijn hoofd.
We zijn bont en blauw geslagen, op een plek
waarvan ik niet eens wist dat die bestond.
(Als kind droomde ik zo vaak dat ik kon vliegen.)

Ik vond laatst wat tegenovergesteld is
aan grijsgedraaide vanzelfsprekendheid.
Liefs. Witte lakens. Dankbaarheid. Tijd.
Verwondering en dingen die we niet kunnen voorzien.
(Wees je voorzichtig, als je je aan de wereld waagt?)

Ik zoek je intussen, in herinnering,
en zing van kruimels die ik loslaat onderweg,
zodat ik jou niet kwijtraak,
maar je vind als het weer veilig is.
De kat spint stil. De zon gaat op.
(Toons woorden zijn als een deken.)
‘De zon gaat op, de zon gaat onder,
maar ze gaat nooit uit.’

– Goedele Debeerst

Blijf in uw kot!

Alleen met mezelf is vreselijk saai
Ik mis in mijn huis de normale draai
Met een volle emmer sop
Loop ik stilaan de muren op
De hele dag poetsen en schrobben
En ondertussen dat eindeloos tobben
De lente gaat aan mij voorbij
Ik geraak niet eens op de Kalmthoutse hei
Ook kom ik niet aan nieuwe kleren
Om op straat mee te flaneren
Kan niet in mijn auto rondrijen
Zelfs mijn lief mag niet komen vrijen

Daarom, als dat hier nog lang blijft duren
Met die eindeloze uren
Dan leg ik de Block erop
Of schiet me een kogel door de kop

Enkel in mijn nachtelijke dromen
Kan ik overal nog komen
Daar is alles vrank en vrij
Komt het ooit weer goed met mij?

– Ingrid Francx

De vogels zijn weer vrij

In de verte een schavend geluid van een
lang uitgesteld klusje. Het dichtslaan van
een vuilnisbak. Een buurman in de straat.

Maar de vogels voeren de boventoon.

Tussen de muren van de tuin. Denk ik
aan alle dieren, planten, vissen, aan
schone kanalen. Aan hoe we als gekken
leven en aan iets wat we vroeger zeiden
als iemand een beetje raar was:

Die hoort zeker vogeltjes fluiten.

Ik waan me weer even kind – in een ander
tijdperk – door de stille rust om mij heen
en door het gevoel geen zeggenschap te
hebben over de dag van morgen.

In huis botst het hier-en-nu met de
omvang van de catastrofe. Het vertragen
van de tijd met de snelle opeenvolging van
gebeurtenissen voorbij de voordeur.

Maar in het thuisblijven, schuilt gek genoeg
een onbezorgdheid van lang geleden.

Locked down but free.

– Valérie Bongaarts

Vanuit mijn kot

VANMIDDAG KWAM IK UIT MIJN KOT
OM MET DE HOND TE WANDELEN

EN SCHROK ME ROT
TOEN IK HET DEKSEL VAN MIJN BRIEVENBUS  DEED OPENKANTELEN

DAAR LAG EEN BRIEFOMSLAG, NIET GROOT
WAS ER IEMAND DOOD ?

MAAR NEE WAT VIEL DAT MEE
ER ZIJN ER VIER DIE LEVEN !!!

EN DIE DAT MET MIJ DELEN
EN DAT ZE ZICH VERVELEN

DAT LAATSTE IS HIER NIET ‘T GEVAL
HIER IN MIJN KOT IS HET ECHT ZOT

IK BEN ZO BLIJ EN KEI GEINSPIREERD
GENIET VAN ZOVEEL RUST EN VREE

EN HEB HET ZELFS HEEL DRUK
IN ONLINE EMPATHIECIRKELS BEN HEEL AKTIEF VAN OP EEN KRUK

VERBINDING HIER IN OVERVLOED
EN DAT DOET GOED

IK WEET CORONA BRENGT VEEL LEED
MAAR DAT IS NIET WAT HET MIJ DOET

IK VIER EN GROEI EN IK VERDIEP
HEEL DANKBAAR VOOR ZOVEEL OVERVLOED

– Petrus Jopra

Coronabeest

Mijnheer de minister, ik ben zo bang
Is nieuwe leerstof van belang?
Want papa ligt in het ziekenhuis
Soms vraag ik me af: “Komt hij nog thuis?”
Mijn mama heeft zoveel verdriet
En mij nu helpen kan ze niet
Een laptop lost hier ook niks op
Want internet is hier een flop
Daarvoor hebben wij echt geen geld
Maar ’t is ook dàt niet wat nu telt
’t Is papa die belangrijk is
Mijn beste vriend die ik nu mis
Hoe kan ik  nieuwe leerstof aan
Nu papa misschien dood zal gaan?
Vertel het alstublieft mijnheer
Ik snap dit leven soms niet meer
Mijn hoofd zit vol, ik snak naar rust
En hier is niemand die mij sust
De knuffels van juf die mis ik wel
Bij haar ben ik dan ook van tel
Leren lukt niet goed voor mij
Please, ga toch niet aan mij voorbij
Een luisterend oor is wat ik wil
Bij leerstof sta ik nu niet stil
Ik ben zó bang voor dat coronabeest
En papa mis ik het allermeest!
Beste minister, ik slaap heel slecht
Die nieuwe leerstof, moet dat écht?

– Hilde Van Snick

Conatus Corona

Het bekampen van de hedendaagse vijand
En het ontwijken van mensen gaan hand in hand
De explosieve aanwas dezer pandemie
Eerst lauw onthaald op hoongelach en apathie

Het hing volgens virologen al in de lucht
Drie F-35’s meer blijkt nu pas spilzucht
Door onze grootheidswaanzin en arrogantie
Zitten we al vast tot na de paasvakantie

Ondertussen tezamen koortsachtig op zoek
Naar een remedie of een vaccin voor de vloek
Over alle landsgrenzen heen
dient iedereen
De handen in elkaar te slaan
Om t’ontsnappen aan deze waan

De ganse wereld gaat op slot
Voor die letale golf van snot
Elkeens vrijheid zeer strak beknot
Veroordeeld tot ons eigen kot

Zorgverleners moeten hun grenzen bewaken
Opdat ze zelf niet uitvallen of afhaken
In zulks een crisis vallen de maskers vlug af
Menig politicus dolf reeds zijn eigen graf

Hospitaalbedden worden intensief geteld
Opnames worden met de grootste spoed gemeld
Voor ons statistieken en epi-grafieken
Kille cijfers die staan voor doden en zieken

De mensheid is collectief aan ’t happen naar lucht
Nu pas daagt het besef over ’s werelds hebzucht
Deze strijd met een entiteit zo minuscuul
Is – wie weet – goed voor de “gezond-verstand-baskuul”

Onze natuur raakte steeds meer in ademnood
Lijkt dit dan geen alarmsignaal van de aardkloot?

Al wie door corona de eeuwigheid ingaat
Zorgt misschien best dat dit niet op de rouwbrief staat;
Bloemen noch kransen

Dit laatste weze misschien een cynische noot,
Echter, kunst en humor overstijgen de dood
Tja, poëzie blijft op een slappe koord dansen

– Penmarix

het schrille contrast

het is veel wat we willen soms
alles tegelijk
eigenlijk is het stiekem ook wel lekker
dat alles nu is afgelast
thuis in quarantaine
met lichte gene
genieten van de zon
die doet alsof er geen wolkje aan de lucht is
en gewillig onverschillig de lente introduceert
het is nogal wat
alles plat
de wereld die normaal gesproken
zoveel van ons verwacht
we hebben de tijd gekregen om te trainen
op het vliegen van de tijd
om schoonheid te bewaren
energie te besparen
een tijd om te vervelen
na een tijdje te vervellen
in een knusse cocon
een schaduw te zwaaien
onder een schitterende zon
als een plek om in stilte te vieren
het schrille contrast
dat wij
en de zon
en de vogels
niet zijn afgelast

– Marijn van den Bogaard