Zijn Corona, toen

De leegte van zijn agenda
had zijn ademtocht bevrijd.
Waardoor zijn oog ineens gevallen was
op een boom, een magnolia in bloei.

Hij was nog zonder zorg geweest.
En had toentertijd nog zonder pijn
zijn harddruk,
die vertrouwde kus,
omgezet in een simpele groet.
Ja hij had zelfs plezier geput
uit de nog lenige wijze waarop hij iemand ontweek. 

Hij werd, zoals hij was, daarin gesterkt
door het besef zo elke dag mee te weven
aan het web van saamhorigheid
dat ieder, toen nog, woordeloos bond,
in wel begrepen eigenbelang.

Maar, belangrijker,
was zijn gevoel geweest
om mede daardoor,
de dag te kunnen beëindigen,
zonder een, door eenzaamheid geprangd gemoed.

– Hans Morsch

Lente-lente kriebels

Ik voel de
Lente-lentekriebels
Waar ik zoveel van hou
Maar door die lockdown maak ik rare sprongen als een kat in het nauw
Ik voel de
Lente-lentekriebels
ze maken mijn dag minder koud
Maar ’t is die COVID-19 die mij van mijn plannen weerhoudt
Ik wil gaan springen en rennen aan het strand
Een spoor van stappen maken in het zand
Of in het park gaan chillen …
Maar ik schik mij in mijn lot/mijn kot en ga er niet te zwaar aan tillen
want het groener wordende gras, de knoppen aan de takken van de bomen, de blauwe lucht, de tjilpende vogels, de geur van bloemen, de stilte, … maken mij vrolijk en blij …
(… en als dat nog lang duurt, leg ik in mei zeker en vast een ei ?)

– Chantal Cobert

ik haal de haring

vergeet de liefde vergeet de zooi
mijn hart knarst in mijn hoofd
zooi doorklieft mijn hoofd

weer een vriend dood
iedere dag een sterfgeval
meerkoeteieren verbrijzeld
door afdwalende voetbal

maar de hoek om
ik haal de haring

de zon klettert de straat in
beukt  op mijn kalend
onbedekt hoofd

verdamp verlies
vergeet het

maar ik haal de haring

mijn maag trilt
mijn mond watertandt 
mijn neus versnelt
mijn stap ik ren

ik haal de haring oh
ik haal de haring

– Thomas de Reu