Stilte nadert met kabaal, zo oorverdovend,
aanhoudend en mateloos. Onverhoeds maakt zij
zich kenbaar, geluidloos als druppels op hongerige
droge aarde. Kortstondig streelt zij jou en duwt het
doodse lawaai opzij. Zo tergend langzaam, hoewel
jij er juist vaart in wilt brengen. Zij weet wat ze doet
en neemt alle tijd om je aan haar te laten wennen,
terwijl zij gestaag het levenloos geraas omfloerst,
opdat jij – waar tot nu die kakofonische chaos
heerst – alsnog de cantate zult horen, die
jouw maatje behoedzaam binnenhaalt.

– Aart G. Broek