Er komt een avond dat alles stil valt,
de wind, de roze pelikaan die als een
wijdgebekte dwaas over de polder vliegt
en loert naar onze schijnbewegingen.

Het zal ons niet meer helpen.
Er dreigen doodleuk donderwolken
boven onze hoofden en wij zijn doof geworden.

Een deken ligt over onze magere schenen.
We zijn ontheemd geraakt, bang voor datgene wat
nooit is uitgesproken. Jij rookt nog, durfal.

Ik draai me om in bed en teken
met mijn ogen witte wolken op de luxaflex
grijs schuim op de golven van de zee en luister.

Ik hoor nog meeuwen overvliegen
en canadese ganzen. Ik stoot je aan,
maar jij bent al vertrokken.

– Cilja Zuyderwyk