Kwam een nieuwe wereldorde
waarin wat boven ons gesteld was
eindelijk zich uitsprak:

de flonkersterren van het duister
de zonneheuvels van de dag
Maar wij, grootsprakige zotten

uiteengejaagd door een virus, hoopten
in onze bunkers op verlossing en zagen
hoe flora en fauna intussen zich hernamen

Teruggevallen op onszelf wachtten we
op donderslagen, heldere hemels
en werden als pasgeboren veulens

knipperend, starend naar het licht
Wankel richtten we ons op, zo
bang dat niets meer zeker, dat we

veel vroeger dan gedacht terug moesten
naar de maker, die belangstellend
vanuit de hoogte ons gestumper gadesloeg

– Job Degenaar