Ik ben uit wandelen gegaan
en waar bots ik tegenop? De publieke ruimte.
Ze is opgedeeld in anderhalve meters
die dwangmatig met me mee bewegen.
Wettelijke voorschriften zweven
Als een doorzichtig kader door de lucht.
Paden zijn opzichtig bekleed
met kliklijnen, voor wie geen afstand houdt.
Mensen maken omtrekkende bewegingen,
lopen schichtig om elkaar heen
in denkbeelden van angstig vermijden.
Uit de pas lopen is er niet bij.
Wat is er met de mensen aan de hand?
Zonder lucht te geven aan de vrijheid
lopen ze rond met ingehouden adem.
Heeft de lucht zich verkocht?
Heeft de afstand zich laten vastleggen
in wiskundige zekerheid, in de statistiek
van de veilige marge?
Wie bepaalt de bewegingsvrijheid?
We willen toch spelen en dansen, roep ik,
en vrienden zijn van de vrije ruimte.
Laten we ons dan loszingen van het risico,
van de uitzonderlijkheid van het virus
dat ons belaagt van de wieg tot het graf.
Weg met de taxateurs van de openbare ruimte,
die het vrije bewegen onbewogen afmeten
aan het geloof in statistieken .

– Dirk Visser