Het burgerlijk publiek troonde op het pluche,
doorvoed tot in de nerven, strak in het pak
en bespoten met veel hoogglanslak.

De rijen weer gesloten, ons soort klasse,
geen straatvechters of onkruid, zichtbaar
het elitevolk uit de betere kassen.

Luisterden ze ademloos? Stonden hun cellen
open, vulde weemoed hun gemoed? Geen hoestje
klonk, er werd zelfs niet gekucht.

Ze brachten zuurstof in de lucht,
en een glimlach om de lippen van
wie op afstand toekeek.

Na afloop was er geen ovatie,
wel ritselden ze allemaal,
een enkeling leek te buigen.

Ging er ontroering door de zaal, stroomde
de emotie? Ze lieten het niet zien,
ook zij mochten niet juichen.

– Cora de Vos