Ik wil niet meer, ik wil niet meer!
Ik wil niet buiten wachten!
Hij is mijn man en elke keer:
dat nee van u, dat doet zo zeer,
een zwaai kan’t niet verzachten!
Ik wil hem strelen elke dag
een misdaad dat dat nu niet mag!

Ik wil niet lachen door het glas,
ik wil niet facetime-bellen.
Ik wil met hem lopen door het gras,
net als toen in de kleuterklas
en elkaars vingers tellen.
En koffiedrinken met gebak
en nippen uit één glas cognac!

En samen spelen met zijn trein
en dan een broodje eten
en dansen want dat is zo fijn
en dronken worden van de wijn
totdat we ons vergeten.
Al zeventig jaar bij elkaar,
dit voelt zo raar, dit is zo raar.

Dus ik wil nu wat nu nog kan,
want is er wel een morgen?
U zegt: Maak toch gewoon een plan
want heus, dat komt er toch wel van,
kom, maak je maar geen zorgen.
Maar ik zeg alles wat ik wil
en dat is samen, anders: Gil!

– Annemarie Barbier

Vrij naar Annie M.G. Schmidt

Opgedragen aan Wil die voor het verpleeghuis wacht tot ze haar man weer mag bezoeken.