Binnenblijvend in Ootmarsum,
Kijkend over Engels’ tuin,
Ondergaan wij tandenknarsend
Tijdelijk ons misfortuin.

Elke dag zien wij het Theehuis,
Honderddertig jaren oud,
Dat daar zeker niet per abuis
En voor leegstand is gebouwd.

Sluipend zette hier een virus
Zijn Corona op het werk,
Sloot de toegang als een theebus,
Lunchroom werd een Vestingwerk.

Deze tirannie verdrijven
Staat voorlopig nummer één.
Maar zo zal het niet steeds blijven
Want wij komen hier doorheen.

En wanneer wij dat beleven,
Komt uw deur voor ons weer vrij.
Komt het Theehuis weer tot leven,
Dan pas is het leed voorbij.

– Mary & Jan Wolt