Het woord betekent kroon, of krans
voor wie de ware stoelendans begeert,
de juiste danspas heeft geleerd,
maar nu in het gevaar verkeert
van vuur dat om ons allen laait.

Op lauweren had een vorst gerust,
met luxe aan een verre kust, een villa
voor de banneling, die in de verte reeds
vulkanen stoer zag roken.

‘Coronare’ is een werkwoord, en dus
klinkt het gebiedend: ‘Kroon
hem of haar die heeft gehoord,
geluisterd, en geleden’.
Zelfs ik ben niet beneden
voordat de luister op zal gaan.

De kinderen rapen hout op van de straten,
de vaders maken dan het vuur. En moeders
bereiden deeg voor de offerkoek.
De koningin des hemels wacht,
het wordt een lange koude nacht,
met sterren en wat vonken.

– Jan Tekelenburg

Geef een reactie