Wij hebben een toren gebouwd
Die tot diep in de wolken reikt
De liften schoten omhoog omlaag
Van nul naar honderd en een vice versa
Toen kwamen de vliegtuigen
En brak de hel los
Wij zagen mensen als poppen vergaan
Maar wij herbouwden de torens
Na dit onvoorziene bedrijfsongeval
En genoten van goud en het goede bestaan

Toen viel de gouden man om
De banken waar wij op zaten
Bij het galabanket verkruimelden
Onze billen raakten pijnlijk de bodem
Met stoom en kokend water
Wisten de nationale staten
De geslagen gaten te dichten
En wij hervatten de dans om het kalf
Wij vergaten de nachtmerrie
Die we bereden hadden
En ons bijna om hals had gebracht

Toen viel de drachme om
Oef dat was kantje boord
We waren jaren lang doende
De enorme brokken te rapen
De geldpers pompte het water
Door de gapende gaten
Wij dachten daarna
Dat de storm bedaarde
En genoten opnieuw van het goud
En het goede bestaan
Wij zagen niet hoe dun het ijs was
Waarop wij steeds sneller schaatsten
Wij verslonden verspilden de gaven
Van de natuur ons milieu overdadig
En groeven naar ertsen naar olie
Naar water naar zilver en goud

Toen kwamen de negen plagen
Bosbranden Ebola tornado’s
Tsunami varkenspest smog
Bijensterfte ontbossing,
Smeltende ijskappen
Al die kreten van een
Gepijnigde Moeder Aarde
We hoorden ze niet
Zolang de alle signalen overstemmende
Motor van de economie
Maar gesmeerd liep

En toen kwam Wuhan
Het virus raasde
Gekroond als een keizerin
Door alle staten en straten
Heel die fraaie luchtspiegeling
Waaraan wij ons als die jaren
Hersenloos wezenloos vergaapten
Loste in dunne lucht op
Wij staarden verdwaasd
In een peilloze afgrond

Hoe terug naar het nieuwe normaal?
Hoe vooruit naar een nieuwe moraal?
Bemin uw naaste maar omhels ook
De kinderen van Moeder Aarde
De lucht die ons omringt
Het onmisbare water
De vogels het vee de vissen
En alle gewassen
Het voedsel op onze tafel
Heb respect voor het dier
Onze soortgenoot
Aanvaard het leven
Vol vreugde en leed
Totterdood.

– Ton Delemarre