De leegte van zijn agenda
had zijn ademtocht bevrijd.
Waardoor zijn oog ineens gevallen was
op een boom, een magnolia in bloei.

Hij was nog zonder zorg geweest.
En had toentertijd nog zonder pijn
zijn harddruk,
die vertrouwde kus,
omgezet in een simpele groet.
Ja hij had zelfs plezier geput
uit de nog lenige wijze waarop hij iemand ontweek.

Hij werd, zoals hij was, daarin gesterkt
door het besef zo elke dag mee te weven
aan het web van saamhorigheid
dat ieder, toen nog, woordeloos bond,
in wel begrepen eigenbelang.

Maar, belangrijker,
was zijn gevoel geweest
om mede daardoor,
de dag te kunnen beëindigen,
zonder een, door eenzaamheid geprangd gemoed.

– Hans Morsch