Het leven begint met een omhelzing,
maar daarna mag je normaal gezien op stap.
Rollend, op je knietjes, dobberend op je billen,
onhandig met de beentjes.

Het leven begint, maar blijf toch maar hier, kind,
in je geknutselde huis, veilig tussen papieren muren.

Het licht valt rozig op een bedsprei,
gruis hoopt zich op in de machine
en of de drukinkt niet wat zachter moet op de randen.

Ik zei het toch, blijf hier.

Er valt nog wel wat te kleuren voor dit voorbij is.
Ondertussen verstrijken de dagen, krijgen
de cijfers één voor één een gezicht:

de oom van mijn collega,
de vrolijk distante vriend,
de ambassadeur die gewoon zijn krant wil lezen,

de ex-klasgenote, verjaagd uit dit land,
het familielid,  de besmette laptop,
de bijna vergeten vriend uit Genova,

de man die kleingeld spaart in de stationshal,
de vrouw die met haar pan applaudisseert elke avond,
de vroegere buurvrouw die hier nog kwam, maar die
intussen in een statistiek is veranderd.

Wat buiten begint, komt altijd binnen,
al is het een ander soort aanraking.
En nu, kind, zitten wij hier.

Blijf maar bij mij.
Papier is er nog genoeg op voorraad
en ik zoek wel naar betere stiften.

We knippen de buitenwereld aan flarden met de linkse schaar,
maken kleine, lieve huisjes om ons stevig te verschansen,
rijtjes plak, papier en potlood. Dit alles gezellig bij mij.

Straks, als het allemaal voorbij zal zijn,
straks, als het ooit,
straks, als het niet meer,
straks

– Lies Van Gasse

Geef een reactie