De Pathogenese

Eens zag de mensheid in China
Een metropool morbide aangedaan
Door een virus genaamd Corona
Het wereldnieuws verslaan

Sommigen kon het niet bommen
De uitbraak voelde ver van hun bed
Ze sliepen de slaap der dommen
En droomden zich onbesmet

Doch de ziekte woedde onstuitbaar
Woekerde van Teheran tot Milaan
En bleek niet meer alleen maar
Een rampspoed te Wuhan

Dus beschikkingen werden genomen
Om de verspreiding draconisch te keren
Die de sterftecijfers moesten intomen
En de jobstijding bezweren

Want naarmate Hein begon te winnen
Kregen regeringen heel snel door
Om zijn seizen terug te dringen
Schrijf je afstand houden voor

Een inenting wilde Bill Gates
Die de pandemie reeds had voorspeld
Doch querulanten gilden steeds
“Zijn enige intentie is het geld”

Zeloten zagen op naar het zwerk
Zou de parousie aanstonds aanbreken?
Of was de zeggenschap der kerk
Met zijn verstek gaan wel bekeken?

En nam China ons niet bij de neus
Door biogenetisch te manipuleren?
Of had de natuur geen andere keus
Dan ons onze hybris af te leren?

Als slachtoffers tam achter slot
Ontwaren wij het hek van de dam
Garen wat mordicus fnuikend beknot
Onze handel en wandel overkwam

– Henk Jonker

Het volk en Irma

Het OMT zit de crisis te bezweren
en maant mensen afstand te bewaren.
Kinderen moeten het thuis nu leren
Irma Sluis verduidelijkt alles in gebaren.

Sommigen denken: ” ‘n kleiner feestje dan”
en “Op ‘ t strand tenminste nog één volk”.
Voor we niet horen wil, terwijl ie ‘t wel kan:
luister dan naar Irma, de gebarentolk.

– Zeger Visser

Zonder titel

Het waren weken waarin iedereen veranderde van mens
in afstandsmeter, anderhalf voor velen verder was gebleken
dan gedacht en duren gedurende het lengen steeds bleef
worden verlengd, angst niet verdween maar normaal werd.

We leerden problemen uit het verleden alsnog kennen, begrepen
hoe het voor ouders van de onze en zeker die van hen moest zijn
geweest, oorlogen, wereld en koude, crises van olie tot bank, water
stond ons tot hoger dan lippen, reddingsboten stonden blank.

Bij alle acties stroomden tranen over iedereens geïsoleerde wang
we keerden elkaar de rug niet toe en stonden samen – gepaste
distantie – sterker dan we ooit hadden gedacht, we belden, bakten
en er werd geluisterd naar podcasts, de radio en zelfs het gezag.

En zij die niet luisteren wilden, zouden wel voelen of zien hoe
door hun idioot kinderlijke gedrag een ander juist opdraaien
moest dus werden de keurslijven aangestrakt, de ondeugden
aangepakt en alles wat nodig was zo mogelijk opgehoest.

– Jelmer van Lenteren

BELANGHEBBENDE

Is er werkelijk iemand
Die hier belang bij zal kunnen hebben
Of was dit de geheime passage
Van het klimaatakkoord

Of de club van rijke mensen
De club van 7
Die laatst bij elkaar zijn gekomen
Of de club van Rome

Laten we bidden
En zingen
Psalm 1 vers 3

Want hij zal zijn gelijk een frisse boom,
In vetten grond geplant bij enen stroom,
Die op zijn tijd met vruchten is beladen,
En sierlijk pronkt met onverwelkte bladen;
Hij groeit zelfs op in ramp en tegenspoed;
Het gaat hem wel; ‘t gelukt hem, wat hij doet.

Nee, nooit zullen we sterven
Het zal een zwarte Sabbath zijn
Terwijl de Stalen Agent
Over ons waakt

Maar wie
Daadwerkelijk wie

Is nu de mol?

– Hoss Wilstra

morgen wil ik niet vergeten

hoe vergankelijk toch dit leven
nu zovele unieke verschijningen
in dit bestaan zijn bedreigd
hoe simpel alle veranderingen
die het verdriet overstijgen
nu elk optimisme zwijgt

ik bekijk het ontwaken van dagen
met in mijn ogen alle gestelde vragen
waarop ik geen antwoord krijg
anders dan tranen die steeds blijven komen

en toch, wat betekent onze tijd
als je het vergelijkt met deze van een steen;
het enige dat op ‘t einde blijft
een wazig lachen op vergeelde foto’s
als de geschiedenis van een verleden

morgen wil ik niet vergeten
hoe het gisteren was

– Sunset

Afstand

Mijn tranen zitten vaak te los
angst heel veel gezichten
dat zie ik als ik in de spiegel kijk

men zegt dat eenzaamheid dodelijk is
het liefste wil ik jou
niet via skype gewoon jij hier
op deze bank dicht bij elkaar

het is voor jou verboden hier te zijn
jij mag alleen nog buiten staan
laten we zwaaien voor het raam
dan roep ik keihard jouw naam.

– Margót Veldhuizen

Avondklok

Er komt een avond dat alles stil valt,
de wind, de roze pelikaan die als een
wijdgebekte dwaas over de polder vliegt
en loert naar onze schijnbewegingen.

Het zal ons niet meer helpen.
Er dreigen doodleuk donderwolken
boven onze hoofden en wij zijn doof geworden.

Een deken ligt over onze magere schenen.
We zijn ontheemd geraakt, bang voor datgene wat
nooit is uitgesproken. Jij rookt nog, durfal.

Ik draai me om in bed en teken
met mijn ogen witte wolken op de luxaflex
grijs schuim op de golven van de zee en luister.

Ik hoor nog meeuwen overvliegen
en canadese ganzen. Ik stoot je aan,
maar jij bent al vertrokken.

– Cilja Zuyderwyk

Puzzels

De pakjesbezorger
drukt op de bel
zet op de stoep waarvoor ik heb betaald
lacht met zijn duim
prettige dag meneer.

De doos moet 24 uur
in quarantaine voor ik mag
maar nieuwsgierigheid
kent geen grenzen.

Waar moet ik beginnen
hoe lang gaat dit duren
wat moet het worden
Piraten en- twee voor de prijs van één-
Noorderlicht
twee keer duizend stukjes
geduld.

– Ronald da Costa

Wij hebben een toren gebouwd

Wij hebben een toren gebouwd
Die tot diep in de wolken reikt
De liften schoten omhoog omlaag
Van nul naar honderd en een vice versa
Toen kwamen de vliegtuigen
En brak de hel los
Wij zagen mensen als poppen vergaan
Maar wij herbouwden de torens
Na dit onvoorziene bedrijfsongeval
En genoten van goud en het goede bestaan

Toen viel de gouden man om
De banken waar wij op zaten
Bij het galabanket verkruimelden
Onze billen raakten pijnlijk de bodem
Met stoom en kokend water
Wisten de nationale staten
De geslagen gaten te dichten
En wij hervatten de dans om het kalf
Wij vergaten de nachtmerrie
Die we bereden hadden
En ons bijna om hals had gebracht

Toen viel de drachme om
Oef dat was kantje boord
We waren jaren lang doende
De enorme brokken te rapen
De geldpers pompte het water
Door de gapende gaten
Wij dachten daarna
Dat de storm bedaarde
En genoten opnieuw van het goud
En het goede bestaan
Wij zagen niet hoe dun het ijs was
Waarop wij steeds sneller schaatsten
Wij verslonden verspilden de gaven
Van de natuur ons milieu overdadig
En groeven naar ertsen naar olie
Naar water naar zilver en goud

Toen kwamen de negen plagen
Bosbranden Ebola tornado’s
Tsunami varkenspest smog
Bijensterfte ontbossing,
Smeltende ijskappen
Al die kreten van een
Gepijnigde Moeder Aarde
We hoorden ze niet
Zolang de alle signalen overstemmende
Motor van de economie
Maar gesmeerd liep

En toen kwam Wuhan
Het virus raasde
Gekroond als een keizerin
Door alle staten en straten
Heel die fraaie luchtspiegeling
Waaraan wij ons als die jaren
Hersenloos wezenloos vergaapten
Loste in dunne lucht op
Wij staarden verdwaasd
In een peilloze afgrond

Hoe terug naar het nieuwe normaal?
Hoe vooruit naar een nieuwe moraal?
Bemin uw naaste maar omhels ook
De kinderen van Moeder Aarde
De lucht die ons omringt
Het onmisbare water
De vogels het vee de vissen
En alle gewassen
Het voedsel op onze tafel
Heb respect voor het dier
Onze soortgenoot
Aanvaard het leven
Vol vreugde en leed
Totterdood.

– Ton Delemarre