Angst

Stil op straat
Stil om ons  heen
Iedereen is in huis
Stil
Andere mensen proberen we te vermijden
Bang
Om het virus
Zelf onder de leden te krijgen

In de winkel
Staan mensen bij de kassa
Niet als anders
Druk in de rij
Tegen elkaar aan dringend
Maar met 1,5 meter afstand
Bang
Om het virus
Zelf onder de leden te krijgen

In de ziekenhuizen
Beschermt het personeel zich
Handschoenen, schorten
Er is een tekort
Een tekort aan mondkapjes
Omdat iedereen zich wil beschermen
Bang
Om het virus
Zelf onder de leden te krijgen

Langzamerhand versoepelingen
Meer mensen in een ruimte
Maar de angst
De 1,5 meter afstand blijft
Het nieuwe nu
Geen spontaniteit
Want iedereen blijft
Bang
Om het virus
Zelf onder de leden te krijgen

– Jaantje

WEER

de stad druist weer
hij huiverde eerst
het suist weer

er wordt gejuicht en geklapt
het mag weer
er worden glazen getapt
bij het terrasweer

je hoort een harde klap
van een last die valt
je ziet de schouders zakken

de stad fluistert je rustig gedag
en zegt: ‘welkom terug’
ik heb je gemist
en je mag weer
of geen weer

– Luuk Harmsen

Ineens

ineens is er angst
ineens is er een gedachte
ineens klappen we voor de zorgen
die ons staan te wachten

ineens klapt het in elkaar
dan klampen we vast
ineens in isolatie
ineens een lange nacht

ineens zijn we onafscheidelijk
gescheiden van elkaar
hoe een klap in het gezicht
ons allemaal wakker maakt

– Luukse Dingen

Opera Barcelona

Het burgerlijk publiek troonde op het pluche,
doorvoed tot in de nerven, strak in het pak
en bespoten met veel hoogglanslak.

De rijen weer gesloten, ons soort klasse,
geen straatvechters of onkruid, zichtbaar
het elitevolk uit de betere kassen.

Luisterden ze ademloos? Stonden hun cellen
open, vulde weemoed hun gemoed? Geen hoestje
klonk, er werd zelfs niet gekucht.

Ze brachten zuurstof in de lucht,
en een glimlach om de lippen van
wie op afstand toekeek.

Na afloop was er geen ovatie,
wel ritselden ze allemaal,
een enkeling leek te buigen.

Ging er ontroering door de zaal, stroomde
de emotie? Ze lieten het niet zien,
ook zij mochten niet juichen.

– Cora de Vos

De Pathogenese

Eens zag de mensheid in China
Een metropool morbide aangedaan
Door een virus genaamd Corona
Het wereldnieuws verslaan

Sommigen kon het niet bommen
De uitbraak voelde ver van hun bed
Ze sliepen de slaap der dommen
En droomden zich onbesmet

Doch de ziekte woedde onstuitbaar
Woekerde van Teheran tot Milaan
En bleek niet meer alleen maar
Een rampspoed te Wuhan

Dus beschikkingen werden genomen
Om de verspreiding draconisch te keren
Die de sterftecijfers moesten intomen
En de jobstijding bezweren

Want naarmate Hein begon te winnen
Kregen regeringen heel snel door
Om zijn seizen terug te dringen
Schrijf je afstand houden voor

Een inenting wilde Bill Gates
Die de pandemie reeds had voorspeld
Doch querulanten gilden steeds
“Zijn enige intentie is het geld”

Zeloten zagen op naar het zwerk
Zou de parousie aanstonds aanbreken?
Of was de zeggenschap der kerk
Met zijn verstek gaan wel bekeken?

En nam China ons niet bij de neus
Door biogenetisch te manipuleren?
Of had de natuur geen andere keus
Dan ons onze hybris af te leren?

Als slachtoffers tam achter slot
Ontwaren wij het hek van de dam
Garen wat mordicus fnuikend beknot
Onze handel en wandel overkwam

– Henk Jonker

Het volk en Irma

Het OMT zit de crisis te bezweren
en maant mensen afstand te bewaren.
Kinderen moeten het thuis nu leren
Irma Sluis verduidelijkt alles in gebaren.

Sommigen denken: ” ‘n kleiner feestje dan”
en “Op ‘ t strand tenminste nog één volk”.
Voor we niet horen wil, terwijl ie ‘t wel kan:
luister dan naar Irma, de gebarentolk.

– Zeger Visser

Zonder titel

Het waren weken waarin iedereen veranderde van mens
in afstandsmeter, anderhalf voor velen verder was gebleken
dan gedacht en duren gedurende het lengen steeds bleef
worden verlengd, angst niet verdween maar normaal werd.

We leerden problemen uit het verleden alsnog kennen, begrepen
hoe het voor ouders van de onze en zeker die van hen moest zijn
geweest, oorlogen, wereld en koude, crises van olie tot bank, water
stond ons tot hoger dan lippen, reddingsboten stonden blank.

Bij alle acties stroomden tranen over iedereens geïsoleerde wang
we keerden elkaar de rug niet toe en stonden samen – gepaste
distantie – sterker dan we ooit hadden gedacht, we belden, bakten
en er werd geluisterd naar podcasts, de radio en zelfs het gezag.

En zij die niet luisteren wilden, zouden wel voelen of zien hoe
door hun idioot kinderlijke gedrag een ander juist opdraaien
moest dus werden de keurslijven aangestrakt, de ondeugden
aangepakt en alles wat nodig was zo mogelijk opgehoest.

– Jelmer van Lenteren

BELANGHEBBENDE

Is er werkelijk iemand
Die hier belang bij zal kunnen hebben
Of was dit de geheime passage
Van het klimaatakkoord

Of de club van rijke mensen
De club van 7
Die laatst bij elkaar zijn gekomen
Of de club van Rome

Laten we bidden
En zingen
Psalm 1 vers 3

Want hij zal zijn gelijk een frisse boom,
In vetten grond geplant bij enen stroom,
Die op zijn tijd met vruchten is beladen,
En sierlijk pronkt met onverwelkte bladen;
Hij groeit zelfs op in ramp en tegenspoed;
Het gaat hem wel; ‘t gelukt hem, wat hij doet.

Nee, nooit zullen we sterven
Het zal een zwarte Sabbath zijn
Terwijl de Stalen Agent
Over ons waakt

Maar wie
Daadwerkelijk wie

Is nu de mol?

– Hoss Wilstra

morgen wil ik niet vergeten

hoe vergankelijk toch dit leven
nu zovele unieke verschijningen
in dit bestaan zijn bedreigd
hoe simpel alle veranderingen
die het verdriet overstijgen
nu elk optimisme zwijgt

ik bekijk het ontwaken van dagen
met in mijn ogen alle gestelde vragen
waarop ik geen antwoord krijg
anders dan tranen die steeds blijven komen

en toch, wat betekent onze tijd
als je het vergelijkt met deze van een steen;
het enige dat op ‘t einde blijft
een wazig lachen op vergeelde foto’s
als de geschiedenis van een verleden

morgen wil ik niet vergeten
hoe het gisteren was

– Sunset

Afstand

Mijn tranen zitten vaak te los
angst heel veel gezichten
dat zie ik als ik in de spiegel kijk

men zegt dat eenzaamheid dodelijk is
het liefste wil ik jou
niet via skype gewoon jij hier
op deze bank dicht bij elkaar

het is voor jou verboden hier te zijn
jij mag alleen nog buiten staan
laten we zwaaien voor het raam
dan roep ik keihard jouw naam.

– Margót Veldhuizen