Avondklok

Er komt een avond dat alles stil valt,
de wind, de roze pelikaan die als een
wijdgebekte dwaas over de polder vliegt
en loert naar onze schijnbewegingen.

Het zal ons niet meer helpen.
Er dreigen doodleuk donderwolken
boven onze hoofden en wij zijn doof geworden.

Een deken ligt over onze magere schenen.
We zijn ontheemd geraakt, bang voor datgene wat
nooit is uitgesproken. Jij rookt nog, durfal.

Ik draai me om in bed en teken
met mijn ogen witte wolken op de luxaflex
grijs schuim op de golven van de zee en luister.

Ik hoor nog meeuwen overvliegen
en canadese ganzen. Ik stoot je aan,
maar jij bent al vertrokken.

– Cilja Zuyderwyk

Puzzels

De pakjesbezorger
drukt op de bel
zet op de stoep waarvoor ik heb betaald
lacht met zijn duim
prettige dag meneer.

De doos moet 24 uur
in quarantaine voor ik mag
maar nieuwsgierigheid
kent geen grenzen.

Waar moet ik beginnen
hoe lang gaat dit duren
wat moet het worden
Piraten en- twee voor de prijs van één-
Noorderlicht
twee keer duizend stukjes
geduld.

– Ronald da Costa

Wij hebben een toren gebouwd

Wij hebben een toren gebouwd
Die tot diep in de wolken reikt
De liften schoten omhoog omlaag
Van nul naar honderd en een vice versa
Toen kwamen de vliegtuigen
En brak de hel los
Wij zagen mensen als poppen vergaan
Maar wij herbouwden de torens
Na dit onvoorziene bedrijfsongeval
En genoten van goud en het goede bestaan

Toen viel de gouden man om
De banken waar wij op zaten
Bij het galabanket verkruimelden
Onze billen raakten pijnlijk de bodem
Met stoom en kokend water
Wisten de nationale staten
De geslagen gaten te dichten
En wij hervatten de dans om het kalf
Wij vergaten de nachtmerrie
Die we bereden hadden
En ons bijna om hals had gebracht

Toen viel de drachme om
Oef dat was kantje boord
We waren jaren lang doende
De enorme brokken te rapen
De geldpers pompte het water
Door de gapende gaten
Wij dachten daarna
Dat de storm bedaarde
En genoten opnieuw van het goud
En het goede bestaan
Wij zagen niet hoe dun het ijs was
Waarop wij steeds sneller schaatsten
Wij verslonden verspilden de gaven
Van de natuur ons milieu overdadig
En groeven naar ertsen naar olie
Naar water naar zilver en goud

Toen kwamen de negen plagen
Bosbranden Ebola tornado’s
Tsunami varkenspest smog
Bijensterfte ontbossing,
Smeltende ijskappen
Al die kreten van een
Gepijnigde Moeder Aarde
We hoorden ze niet
Zolang de alle signalen overstemmende
Motor van de economie
Maar gesmeerd liep

En toen kwam Wuhan
Het virus raasde
Gekroond als een keizerin
Door alle staten en straten
Heel die fraaie luchtspiegeling
Waaraan wij ons als die jaren
Hersenloos wezenloos vergaapten
Loste in dunne lucht op
Wij staarden verdwaasd
In een peilloze afgrond

Hoe terug naar het nieuwe normaal?
Hoe vooruit naar een nieuwe moraal?
Bemin uw naaste maar omhels ook
De kinderen van Moeder Aarde
De lucht die ons omringt
Het onmisbare water
De vogels het vee de vissen
En alle gewassen
Het voedsel op onze tafel
Heb respect voor het dier
Onze soortgenoot
Aanvaard het leven
Vol vreugde en leed
Totterdood.

– Ton Delemarre

O Wee

geen pijn
zo zou ik het
niet willen noemen
maar dat lege gevoel
dat wat was en
dat wat soms nu
al wordt gemist

lege straten
schone luchten
volop in – en uit
kunnen zuchten
liefst zonder hoesten
want dan is er echt
sprake van wee

het ongestoord rusten
schichtig winkelen
eens in de week
er wordt nog niet mee gezeten
wacht maar af we
zullen het straks weten
een vlaag van heimwee

– Attje de Vries

Rondeel

De glazen deur beweegt niet meer
de bloemen voor het raam zijn vaal
haar blik is flauw, haar glimlach teer
De glazendeur beweegt niet meer

een lichte zucht ontsnapt, een veer
die neervalt op een stille schaal
De glazen deur beweegt niet meer
de bloemen voor het raam zijn vaal.

– Sjoerd Feenstra

we kunnen weer

WY KINNE WER
de daor wer ùt
de finsters iepen
ik kin myn nêst wer ferlitte
as frije fûgel omrinne
de Hellehûn Cerberus
dizze tiden Corona neamd
is oan de ketting lein
mar wês net te goed
van fertrouwen
hy is fier fan ferslein
syn fûleindich fjochtsjen
is ferneamd
hâld ôfstân hy sil dy net bite
mar gean net in syn wrâld
want wat een protte
minsken net wite
it is dêr stjerrende kâld
it sil dy wis spyte
bruk dyn ferstân
hy komt dy sa leaf temjitte
mar hy blaft grimmitich en lûd
hat noait immen weromstjoerd
foar no liket de ketting
sterk genôch
en sa gean ik nei it strân
it is moai waar hjoed

heel vrij door mezelf vertaald

WE KUNNEN WEER
de deur weer uit
de ramen open
ik kan mijn nest verlaten
als vrije vogel rondlopen
de Hellehond Cerberus in
deze tijd Corona genaamd
is aan de ketting gelegd
maar wees niet te goed
van vertrouwen de strijd
is nog lang niet beslecht
zijn felle vechten is befaamd
houdt afstand hij zal niet
bijten stap niet in zijn wereld
die hij achter zich houdt
wat menigeen niet weet
het is er stervenskoud
het zal je zeker spijten
gebruik je verstand
hij komt je zo lief tegemoet maar
hij blaft kwaadaardig en luid
niemand komt echter
zijn wereld weer uit
voorlopig lijkt de ketting
sterk genoeg
het is mooi weer vandaag
dus ga ik naar het strand

– Attje de Vries

Elvis has just left the hospital

ik onderhoud mijn huis en sloop het

wat ik liefheb zo lief breng ik om

ik roof de zeeën leeg en nobel

schenk ik de kleine vissers

nieuwe hengels

ik blus met vuur, steek aan tegelijk

mijn lichaam anti-kraak en kraakt

what’s in a name

elvis lives

– Edwin de Groot

Vinklijst voor virale dagen

fiets mijn rondje
in alle vroegte
door open gebied
hoe fijn de stilte

plant de appelboom
en rozenbottelstruiken
in de eetbare tuin
de frisse wind

bak een bananenbrood
stuur wat kaartjes
denk nog eens na
over overal en dichtbij

repareer de naaimachine
voor de vraag naar mondkapjes
anderhalve meter
tussen jou en mij

geen druppelcontact
gewone zeep mag
de katten spinnen
draaien zich op hun rug

– Sandra de Weijze

wiskunde in corontatijd

kijkend naar de kinderen die
op het Waalstrandje met stokken
elkaars lichaamsprofiel natrekken
vraag ik of ik poseren mag
heerlijk plat in het zand liggen
als eerste Vitruviusvrouw

ik voel ze dartelen om mijn lijf
altijd al da Vinci kinderen gewild
ze weten mijn armen even
lang te tekenen als de benen
ze leggen op mijn navel exact
midden in de cirkel een keitje

doezelend onder de zon hoor
ik ze tussen de kribben een
vierkantig tuinhuis plannen
ik droom over een architect die
voor alle burgers duurzame
Hundertwasser huizen bouwt

vaag bemerk ik opkomend nieuw
plezier wat is er hier klopt iets niet
zij hebben de keiharde golfslag
van de passerende schepen wel
scherp op hun netvlies gekregen
Vitruvia rolt kletsnat over het strand

– Liesbeth Ulijn